Dag 20 en 21. Takua Pa naar Phang Gna. 70 km.

Vol goede moed vertrokken. In de regen!!! Regen op zich maakt niet uit. Is eerder een lauwe douche. Fietsen spoelen ook weer een beetje schoon. Alleen na 5 km ben ik (sas) er helemaal klaar mee. We fietsen langs een drukke weg. Het is door het weer schemerig. Veel verkeer en scooters. Opspattend water, modder wat glad wordt, en ik kan niet strak achter cle rijden omdat hij ook opspattend water heeft wat recht in mijn gezicht komt dan. Kortom, niet prettig fietsen. Het ziet er ook niet naar uit dat dit een bui is. En als het een bui is is het een lange, van ongeveer een dag of twee. 

Het komt er dus op neer dat ik na 5 km ongeveer begin te mopperen. Clemens is dan nog niet zover en zegt dat het wel meevalt. Ok, nog een paar km verder. Tijdens een stop om te checken waar we zijn glij ik weg met mijn schoen. Niks aan de hand maar voor mij de druppel. Het is vakantie!!! Wat nou, eng fietsen met baggerweer. Niet dus, ik ga in staking.

Bij het volgende dorp besluiten we koffie te zoeken en te kijken hoe het met de bussen zit. We gaan zitten bij een klein tentje. Bestellen daar koffie en krijgen er ook een hapje bij van gestoomde kip in een zeewierachtig iets. Best lekker. De meneer is erg enthousiast. Helpt on met de bus, spreekt een beetje engels. Zegt dat de bus rond 9 uur komt. Ok, nog meer koffie, kip en handen/voetenpraat. 

Ondertussen loopt zijn toko redelijk vol. (nou ja,2 tafeltjes) . Maar ik ben er achter dat het lijkt alsof thaise mensen het heel druk hebben terwijl dat wel meevalt. Volgens mij zijn ze niet altijd even praktisch.

Maar om een lang verbaal kort te maken. De bus van 9 uur kwam om 9.45. Iedereen in rep en roer om de fietsen erin te krijgen. Zelfs de busklanten hielpen mee. En dan, gaan met die bus. Veel duktape, kozijnen zonder ramen en deuren die niet goed sluiten…. gaaf!!!! Kun je je in Nederland niet voorstellen.

Dag 17, 18 en 19. Laem Son naar Khuraburi. 78 km. Khuraburi naar Takua Pa. 55 km.

Vertrokken terwijl het al wat later is. Ongeveer half 10 en het is goed warm. Mooie tocht, maar met een paar steile en lange klimmen. Voor het eerst de situatie dat ik me afvraag of ik het ga redden. (Einde van de klim dan) . Ga voor het eerst ook staan op mijn pedalen om het laatste stukje te redden. Cle rijdt voorop en daar kan ik natuurlijk niet voor onderdoen. 


Halverwege besluiten we te slapen in een soort wegrestaurant. Blijkt leuk, schoon en goed te zijn. Super. Met zwembad, terrasje voor ons huisje waar we heerlijk een paar uur zitten te lezen. 

Voor het inschrijven willen ze cle zijn paspoort houden en pas teruggeven wanneer we de sleutel inleveren. Vind ik raar, dus nee, gaat niet gebeuren. Vier thai “tegen” mij. En weet je, ze begrijpen dan heel goed het woordje nee. 


Prachtige planten gezien. Volgende ochtend na een ontbijt met patat en gebakken ei weer verder. 

Halverwege de ochtend een anasstop gehoyden bij een wegtentje. Meisje deed erg haar best om de ananas mooi de serveren. 20 bath. 


Paar uur later weer honger dus weer een tentje langs de weg. Met handen en voeten uitgelegd dat we wilden eten. Ok, we kregen geen keus, werd gewoon wat voor onze neus gezet en eten maar. 


Superlekker, een soort nasi met van alles en nog wat erin. De mevrouw had het erg druk. Er kwamen heel veel thai eten ophalen. Deze tentjes zijn opgetrokken uit, golfplaat, zeil, planken, erc etc.  Het interieur bestaat uit oude zooi, vooral veel plastic en ergens een kookpot. Hrt is wel leuk om te zien hoe die vrouwen precies weten waar alles staat/ligt en op campingachtige wijze complete maaltijden tevoorschijn toveren.

Langs de weg zijn ook veel verlaten stalletjes. Dat wordt dan ook gewoon achtergelaten. Troep opruimen zoals dat er bij ons ingeprent is kennen ze hier ‘nog’ niet. Dat is af en toe een schril contrast met de mooie natuur.overal zie je afval.

Begin van de middag komen we aan in Takua Pa. Lijkt een redelijk stadje, qwa grootte. We checken in bij het “extra hotel”.

Klinkt ok toch?? Niks is minder waar. We kunnen kiezen uit oude kamers voor 350 bath en nieuwe kaners voor 650 bath. Errst de nieuwe gezien. Laat die oude dan echt maar zitten. Twee dames van de gang geplukt om de bedden opnieuw te laten verschonen. Ok het is maar voor 1 nachtje. Morgen vroeg weer weg. Yoghurt gehaald in de 7/11. Cle een of ander eng wazig gifgroen jelly drankje……

Dag 16. Ranong – Laem Son Ntional Park 56 km

Opmerkelijk:
– Haast alle Thai rijden op een scooter. Van jong tot oud en vaak met de hele familie erop. Vader rijdt, voor hem zit een kind tussen zijn benen, dan nog een baby of peuter ofzo en dan de moeder, vriendin etc. De volwassenen op zo’n scooter hebben zich beschermd tegen de zon, dragen een helm en mondkap voor de uitlaatgassen. De kinderen, nada njente niks.
– Alle auto’s hebben donkere beglazing. Erg lastig, want je kan nooit zien of een bestuurder je ziet of niet. 
-Beauty tip in Thailand. Zie er zo wit mogelijk uit. Overal kun je dus cremes kopen die de huid bleken. 
-iedereen, maar dan ook iedereen verft zijn haar.
-Snelste afdaling, 54,2 km p/u, langzaamste steiging, 6,1 km p/u.

Op de terugweg komen we op de boot de turks/duitse medefietster weer tegen. Samen de drukte van Ranong uitgefietst.Later weer gedag gezegd. Wij gaan op zoek naar een toeter, wat niet lukt.dan de tocht maar vervolgen. We rijden een moslimgebied in. Het landschap veranderd rustig aan naar een wat vlakker gebied. We fietsen door mangrovegebied. Mooi en apart. Jet ruimt hier erg naar water, zilt, modder. Het lijkt qua geur een beetje op het waddengebied bij laag water.

We slapen bij Boudewijn en zijn vrouw Wassana. We zijn de enige gasten. Wat we eigenlijk overal zijn. Zij vertellen dat het de laatste jaren erg slecht gaat met het toerisme. Ze missen 80% Van hun bezetting. Dat geldt voor alle kleinere ondernemers. Europeanen schijnene weg te blijven en de grote resorts springen de grond uit en zitten vol met Russen en oosteuropeanen. Toeristen schijnen alleen nog maar sterrenlocaties te willen. Wij niet, dus voor ons geldt in dit geval, altijd plek. Voor de bevolking zelf is het triest.

Tot vrij laat hebben we zitten praten met Boudewijn en zijn vrouw. HIj woont hier nu 35 jaar. Heeft de tsunami meegemaakt. Is met zijn gezin de berg op gevlucht. 

De rijkdom in Thailand in verdeeld over ongeveer 20% van de bevolking. Vooral regering en politici. De rest van de bevolking redt het net of leeft onder de armoedegrens. 

Wat betreft de lach van een Thai. Die is aangeleerd en niet echt. Een manier om je echte gevoel te verbergen. Ik (sas) kan daar niet zo goed tegen. Cle houdt er wel van. Geen moeilijk gedoe.

Het valt op dat hier geen honden zijn. Joepi!!! Komt doorfat we in islamitisch gebied zijn. Zij mogen geen honden aanraken en houden ze dus ook niet. Super, dat het zo mag blijven.

Over moeilijk gesproken:

Wanneer je hier uit eten gaat blijft de bediening over je schouder mee staan kijken in de menukaart. En ze hebben hier niet een menukaart die overzichtelijk is ofzo. Veel bladzijden, boekwerk, in het Thais, heel veel gerechten,enz enz. Best ff het bestuderen waard. Niet dus, rappo klappo beslissen en eten maar…. cle vindt dit weer niet lastig he!!

Thai bestellen heel veel verschillende gerechten. Wij maar 1 per persoon, dus ja, je mot wel de goede hebben.

Dag 13 – 15. Koh Phayam via Ranong. 65 km en 2,5 uur op de slow boat.

Vanmorgen vroeg vertrokken bij het Pannika huisje. De eigenaresse had heel vroeg een lekker ontbijt voot ons gemaakt. Ze bleef maar kletsen. Opeens was ze weg. Bleek dat er monniken langskwamen waar zij en haar dochter dan eten aan gaven. 


Via een mooi stuk in Ranong beland. Er moest hoognodig gepind worden. Dan denk je dat dat wel te doen is in zo’n stad. Nou dat valt dus mooi tegen. Na lang zoeken eindelijk een pin gevonden. Ranong zelf is erg vies en armoedig. We moesten de boot naar Koh Phayam hebben in de haven. Heel veel open loodsen met rommel, vis, oude zooi en alles wat wij in Nederland niet zien. ( nou hebben we dat laatste heel veel hier, straks maar weer een feitjes opsomming ofzo). Maar goed, kaartje voor de boot gescored. 200 bath, vertrek pier 2. Super, maar waar is pier 2? Niet naast pier 1 nl. We troffen een leuke Thaiman die op zijn scooter voor ons uit wilde rijden. Gewoon via allerlei achterwijken, een paar km verderop, jahoor pier 2. Maar, die boot was eigenlijk alleen voor locals en hun goederen. Gelukkig mochten onze fietsen erbij en wij er ook op. Oude meuk, die boot. Loopplank is gewoon een oud verrot plankje, kapitein staat al flink aan het bier, kortom, sas loslaten……

De hippiebar op Koh Payam. Gemaakt van aangespoeld hout en materiaal. Hier naar een prachtige zonsondergang zitten kijken. Onder het genot van een biertje, of twee, drie…. we gaan tenslotte in de relax!! Alle bewoners en andere toeristen ( wat er weinig zijn) zijn al zo relaxed als een garnaal. Zeker in en rondom de hippiebar.

Op dit eiland rijden geen auto’s . Ook geen fietsen trouwens. Alleen die van ons. We slapen bij twee vreselijk blije homofiele fransmannen. Ik noem bewust dat ze homo zijn, want zo gedragen ze zich in het kwadraat. Maar wel super gezellig en lekker eten!! Prachtige kamer op palen. Kortom, sprookjesachtig.

Op dit eiland komt er eens in de maand een groep dierenartsen om de honden te castreren en te steriliseren. (Spuitje is goedkoper denk ik, maar ok)

Verder zien we voor het eerst op de eiland een plek waar zonnepanelen gebruikt worden. 

Dag 12. Naar Kraburi 80 km.

Vandaag heet en veel langs de highway gefietst. Ik (sas)  vond dat niet zo erg. Highway houdt nl  in dat er weinig honden zijn. Ik ben daar een beetje klaar mee. Gister weer drie achter ons aan gehad. Kwamen vanaf een erf en de mensen van dat huis zaten lachend te kijken hoe wij (vooral ik)in de stress schieten. Clemens is wat relaxter. Ik denk, als we gebeten worden zijn we de sjaak. Niet alleen de beet, omdat we dan inentingen tegen rabies moeten halen, maar ook dat je ws onderuit gaat. Ik weet uit ervaring dat wegdek hard is bij een gangetje van 20 per uur en wat als er net een auto, scooter enz rijdt. Kortom ik heb stress van die beesten en cle een stuk minder.

Na vandaag gaan we eerst naar een eiland. Daar gaan we 2 dagen in de relax modus. Besproken samen dat mocht ik zo gespannen op de fiets blijven zitten we eventueel ook nog met het openbaar vervoer kunnen gaan. Super dat cle daar voor openstaat, alhoewel het niet de bedoeling is. We gaan eerst maar een stok zoeken en kijken of we een toeter kunnen vinden om ze af te schrikken.

Heelhuids aangekomen bij pannika resort. Een lieve thaise dame die ’n prima bungalow voor ons heeft. Kraburi is niet heel interessant, wel leuk om eten te halen waar de thai ook eten halen. Een maaltijd in plastic zakjes.

Zie onder: en voiral HEET. Wel lekker 🌶😋


Mooie bloem (orchidee in t wild) op t terras bij mevr. Pannika

Dag 10. Chumpon ergens aan het strand.

Vandaag besloten dat we een rustdagje doen. Vanmorgen wel op tijd vertrokken, maar na 25 km een huisje aan het strand gezocht. En gevonden!! Drie stappen en we liggen in de zee. Heerlijk relaxen, kaarten en lezen. Straks lekker eten. 
Morgenochtend willen we op tijd vertrekken. We hebben een rit van 80 km voor de boeg en verlaten de oostkust. Het zeebriesje heeft tot nu toe voor de nodige verkoeling gezorgd. Ben benieuwd hoe dat morgen is. 


Oja, op het strand hier wemelt het van de krabbetjes die allemaal druk aan het werk zijn op dat zand. Zodra je gaat lopen schieten ze in gaatjes in de grond. Grappig om te zien.


En nog steeds erg weinig toeristen. Wel een medefietser ontmoet. Een koerdische turk die in duitsland woont waar hij verpleger is. Had vijf weken vakantie en toert die tijd op zijn fiets door thailand. Wilde eigenlijk een dag met ons mee fietsen. Mmmm, daar hadden wij niet zo’n zin in. Dus route aangepast. Random ergens een slaapplek gezocht en wat zien we daar staan,    Jawel, de fiets van onze duitse vriend. Over toeval gesproken. 

Voorbij Ban Krud, Krut, Krood, Kurt, Grood. Tis maar hoe je t aantreft.

Gister super relaxed 100 km weggepeddeld. Vandaag hard gewerkt om 80 km verder te komen. Veel stijgen en dalen, opgebroken wegen, door het gravel fietsen. Kortom afzien. Wel mooie wereld. Afgestapt bij een strand in de middle of nowhere om lekker te zwemmen.

Rubberplantages gezien. We slapen in een klein huisje aan een privestrandje. (700 bath). 400 meter verderop aan het strand een visrestaurantje, waar we lang en uitgebreid hebben zitten eten. Om de liefhebbers onder ons jaloers te maken, zoveel vis dat we er gewoon moeite mee hadden om het op te krijgen. En dan alleen vis, geen gedoe met rijst, brood, patat etc. super. En dan na het eten 400 meter over een stil strand terug lopen om dan in je huisje in je bed te kruipen. Over luxe gesproken. 
En de lokale bevolking ligt op matjes op de grond in kleine hutjes met golfplaten daken. 

Dag 8. Prachuap Khiri Khan naar/voorbij Ban Krud. 100 km.

 Ditjes en datjes tot nu toe.     

Feit blijft dat de zwerfhonden lastig blijven. Boedisten geloven in reincarnatie. Mensen die slecht geleefd hebben komen terug als hond.  Er hebben dus heel veel mensen slecht geleefd……..De mensen hier zien het niet als hun taak om die beesten te verzorgen. Geven ze wel te eten, omdat in het boedisme doden niet mag. Maar daar is dan ook alles mee gezegd. De meeste van die beesten lopen gewond rond, hebben schurft, slechte vachten enz. Meestal is het te warm voor ze om te reageren wanneer we langsfietsen, maar zo af en toe krijgt er eentje de geest en roept dan gelijk een stuk of vijf van zijn maten mee. Hard BAH roepen en doorfietsen heeft tot nu toe gewerkt. Ook komt Cle altijd heel ridderlijk tussen mij en die beesten fietsen! Met de logische redenering : ik kan harder schoppen….


De temperatuur blijft ver boven de dertig graden. Lang leve de rijwind.

Feit, op een tros bananen en een halve watermeloen als ontbijt kom je erg ver.

Per dag drinken we wel zes liter water en plassen misschien maar twee keer. Dat gebeurt pas s’avonds na de biertjes….

Het eten blijft erg lekker.

Het verschil tussen de onderkomens van de toeristen en de lokale bevolking is mega. Je gaat je als toerist bijna schamen. (Ik iig wel)

Veel vrouwen werken hier letterlijk aan de weg. Slepen met puin en doen wat wij het “mannenwerk” vinden.

 Apen worden gebruikt om de kokosnoten beneden te krijgen.

Velden vol met ansjovis wat ligt te drogen.

Toerisme is nog niet op gang gekomen hier. Hebben tot nu toe steeds privestranden.